De organisatie van het onderwijs

Ons onderwijs is ingericht op basis van de volgende kenmerken en uitgangspunten:

1. Convergente differentiatie

Op onze school worden de lessen verzorgd volgens het zogenaamde ‘Tour de France model’ met convergente differentiatie. De bedoeling is om de kinderen die achterblijven zoveel mogelijk te helpen, waardoor ze mee kunnen doen met de hele groep. Er wordt hierbij gewerkt met 3 niveau groepen. Na een korte klassikale instructie mogen de ‘vlugge’ kinderen (instructie onafhankelijk) aan de slag gaan, terwijl met de rest verder geoefend wordt. Bij de verwerking krijgen de risicokinderen (instructie afhankelijk) verlengde instructie. Dit betekent dus extra leertijd voor de risicokinderen en extra uitdaging voor de getalenteerde kinderen. Zodoende wordt getracht het maximale uit alle kinderen te halen.

2. Samen leren en samen werken: het coöperatief leren

Om de kinderen te activeren en meer te betrekken bij de les worden ze uitgedaagd om op een leuke, maar constructieve manier samen te werken aan de opdrachten. Dit gebeurt door middel van coöperatieve werkvormen. In heterogene tweetallen of groepen worden de opdrachten besproken en gemaakt. De kinderen discussiëren samen over de leerstof, ze geven elkaar uitleg en informatie en vullen elkaar aan. Zij zoeken samen naar een oplossing en helpen elkaar. De gedachte achter samenwerkend leren is dat zowel de zwakke als de sterke kinderen hiervan leren. De zwakke leerlingen, doordat ze uitleg krijgen en aangemoedigd worden. De sterke leerlingen omdat zij hierdoor de stof op een hoger niveau leren beheersen als ze het aan andere leerlingen uitleggen. Maar ook bevordert het de sociale vaardigheden en draagt daardoor bij aan een verbeterde sfeer in de groep.

Er zijn verschillende coöperatieve werkvormen, die de leerkracht kan inzetten in de les. Bijvoorbeeld het ‘woordenweb’ of de ‘placemat’. De werkvormen verschillen in tijdsduur, maar ook in uitvoering. Uit onderzoek is gebleken dat deze vorm van werken ook een positieve invloed heeft op het zelfvertrouwen.

3. Het aanbod is afgestemd op de onderwijsbehoeften van het kind (HGW)

Niet ieder kind ontwikkelt zich in hetzelfde tempo en op dezelfde wijze. Daarom wordt bij ons het handelingsgericht werken (HGW) toegepast. De centrale vraag is hierbij: Wat vraagt het kind aan ons? Welke benadering, aanpak, onderwijsondersteuning, instructie, et cetera heeft het nodig? We richten ons dus niet zozeer op wat er mis is met het kind, maar meer op wat het nodig heeft om bepaalde doelen te halen en welke aanpak een positief effect heeft. Door middel van groepsplannen wordt dit zichtbaar gemaakt. Daarbij is het heel belangrijk dat er afstemming plaatsvindt tussen leerling, leerkracht en ouders.

4. Zelfstandige en positieve leerhouding

Zelfstandig werken is op onze school een vast onderdeel van het dagelijkse programma. Hierbij leren de leerlingen om zonder de begeleiding van de leerkracht te kunnen werken of spelen. Ze leren om te gaan met uitgestelde aandacht. Met behulp van een teken, bijvoorbeeld het rode stoplicht, geeft de leerkracht aan dat ze voor een tijdje niet beschikbaar is. Zodoende leren de leerlingen verantwoordelijkheid te nemen over hun eigen leerproces en uiteindelijk moet dat tot zelfstandig handelen en zelfstandigheid (autonomie) leiden.

5. Een positief pedagogisch klimaat

Kinderen leren optimaal in een omgeving waarin ze zich veilig en geaccepteerd voelen. De leerkrachten op onze school doen hun uiterste best om een dergelijke omgeving te creëren. Dit doen ze door de kinderen positief te benaderen, regels vast te stellen (samen met de leerlingen), complimenten / beloningen te geven maar ook grenzen te stellen. Verder geven ze blijk van vertrouwen in de leerlingen en ondersteunen het zelfvertrouwen van de leerlingen door hen het gevoel te geven dat ze het kunnen. Bovenal wordt er gestreefd naar een sfeer van wederzijds respect (ook tussen de kinderen onderling). De methode ‘De Vreedzame School’ wordt hierbij als leidraad gebruikt. Het een en ander in afstemming met de ouders, want zij zijn op den duur de eerstverantwoordelijken met betrekking tot de opvoeding van de kinderen.

6. De leerkracht doet ertoe

De kwaliteit van onderwijs is de kwaliteit van leerkrachten. Op onze school worden de leerkrachten intern geschoold ter versterking van de leerkrachtvaardigheden. Door middel van klassenbezoeken wordt nagegaan in hoeverre ze die vaardigheden in de dagelijkse praktijk kunnen toepassen. Bij blijk van beheersing van de aangeboden vaardigheden wordt aan de leerkracht een certifi caat van bekwaamheid in ons onderwijssysteem uitgereikt. Verder worden nieuwe leerkrachten (starters) structureel begeleid en senioren regelmatig gecoacht. Dit alles valt onder de verantwoordelijkheid van de interne systeem begeleiders (ISB’ers).

7. De methodes

We maken op onze school gebruik van actuele methoden die de kerndoelen dekken en afgestemd zijn op de ontwikkelingsfase van de leerlingen. Om beter aansluiting te vinden op wat onze leerlingen nodig hebben (de onderwijsbehoeften) zijn onlangs de reken-, taal- en leesmethoden, geschiedenis vernieuwd. De aardrijkskundemethode zal het komend jaar vernieuwd worden. Hieronder volgt een overzicht van de gebruikte methodes bij de verschillende vakken:

Voor de onderbouw
Taal: Piramide
Rekenen: Rekenrijk
Groepen 3
Taal: Veilig leren lezen
Schrijven: Pennenstreken
Rekenen: Wereld in getallen
Wereldorientatie: Natuurlijk
Groepen 4 t/m 8
Taal: Taalactief / Grip op lezen
Rekenen: Wereld in getallen nieuwe versie
Lezen: Estafette
Schrijven: Schrijffontein / Pennenstreken
Wereldorientatie: Natuurlijk / geschiedenismethode Argus Clou

Schoolbreed wordt voor de sociaal-emotionele ontwikkeling de methode ‘De Vreedzame School’ gebruikt en voor verkeer ‘Wegwijs’.