De Cito-Eindtoets
Het was maandag 7 februari: De 1ste toetsdag. Groep 8b van de Yunus Emre was erg nerveus, en ik ook. Ik ben Mohamed, ik was op de 1ste dag erg nerveus zoals ik al eerder zei. Toen ik de klas binnen kwam waren alle tafels uit elkaar gehaald. Dat noemde onze meester (Saieb) “de toetsopstelling”. We moesten eerst (08:30 uur) stillezen. Daarna kwam meester Mohsen (godsdienstleraar) binnen. Hij kwam namelijk een ducaa (smeekbede) samen met ons doen. Daarna kwam de adjunct-directeur (meneer Caglar) om uit te leggen hoe de Cito-Eindtoets werkt.
Vervolgens begonnen we aan de 1ste toetsdag. Wij begonnen vervolgens aan de “grote toets”. Persoonlijk vond ik het eerste onderdeel van taal makkelijk. Het eerste onderdeel van taal bestond uit twee delen: spelling en begrijpend lezen. Begrijpend lezen was ietsje moeilijker dan spelling. Na het onderdeel taal volgde het eerste onderdeel van rekenen. Die vond ik super makkelijk omdat we gebruik mochten maken van kladpapier. Ook mochten we snoepen tijdens de toets en dat was natuurlijk ook erg leuk (normaal mogen we dat niet). Nadat wij het eerste onderdeel van taal en rekenen achter de rug hadden gingen wij over naar het tweede onderdeel van taal. Het tweede onderdeel van taal was wat moeilijker dan het eerste onderdeel. Wij moesten namelijk teksten schrijven en daar had ik best moeite mee. De laatste 40 minuten was het tijd om te werken aan wereldoriëntatie 1. De vragen gaan over natuur en die vond ik super moeilijk, maar gelukkig telt dit onderdeel niet mee bij ons eindadvies.
De 2de toetsdag was aangebroken. Wij kwamen de klas binnen en begonnen meteen aan stillezen. Vervolgens begonnen wij om 09.00 uur met studievaardigheden 1. Bij dit onderdeel moesten wij informatie uit teksten halen en dat was best makkelijk. Nadat wij hiermee klaar waren gingen we over naar het tweede onderdeel van rekenen. Dit onderdeel was moeilijk, wij mochten namelijk geen kladpapier gebruiken. Daarna gingen wij over naar het tweede onderdeel van studievaardigheden en die vond ik ook makkelijk. We moesten bij dit onderdeel grafieken, kaarten en tabellen kunnen lezen. Tenslotte eindigden we onze dag met het tweede onderdeel van wereldoriëntatie. Dit keer gingen de vragen over aardrijkskunde.
De 3de toetsdag begon. We begonnen zoals gewoonlijk met stillezen. Daarna begonnen we aan het derde onderdeel van taal. Dit was een onderdeel waarbij het over woordenschat ging. Vervolgens begonnen we aan Rekenen 2 en dat was makkelijk want we mochten een kladblaadje gebruiken. Hierna begonnen we aan Taal 4 en dat was behoorlijk moeilijk want we deden namelijk begrijpend lezen.
Tot slot: Ik denk dat ik HAVO ga halen en dan wil ik dat ik minstens een score haal van 538. En als ik dat wil halen moet ik wat aan mijn gedrag doen en ook aan mijn concentratie.
Door Mohamed El Haouzi (groep 8b)
Nieuws uit groep 4b
In januari leerden de kinderen van groep 4B waarom soms iets wordt opgeschreven. Mensen willen af en toe iemand anders iets vragen, wat vertellen of gewoon iets leuks laten weten.
Ook de 4B- leerlingen hebben hun vragen:
Nida: “Meester, hoe oud bent u?”
-61 jaar
Yassir: “Meester, waar woont u?”
-Spijkenisse
Yassir: “Meester, wat is uw achternaam?”
-Nijenhuis
Helin: “Meester, wanneer bent u jarig?”
-29 augustus
Helin: “Hoeveel jaar is uw dochter?”
-Ik heb (helaas) geen dochter, wel drie zonen.
Helin: “Hoe heet uw vrouw en hoe oud is ze?”
-Rachida; ze is 44 jaar.
Enkele kinderen willen iets vertellen:
Yassir: “Ik wil zeggen dat school leuk is.”
Ebubekir: “Toen mijn zus jarig was ging iedereen komen. Mijn neef was pas gekomen en mijn nicht ook. Het was een leuk feest. Nu is mijn zus 18 jaar. Ze kan nu auto leren rijden.”
Veel kinderen schreven leuke verhaaltjes. Helaas kunnen we niet alles in de Nieuwsbrief zetten.
Wel dat van Raoudaa:
Een slager ging schaatsen. Intussen at hij een appel. Maar hij viel op de grond. Er kwam een jongen aan schaatsen. Die zei: “Moet ik je helpen ?” “Nee”, zei de slager, “ik wil dat je me leert schaatsen, want dan ka ik wedstrijden rijden”. (Raoudaa)
